| |
Op
de computer voor me zit een mug. Prachtig van kleur (zachte bruintinten), elegant
en levend. Een ongelooflijk verfijnd wezen. Ontstaan uit het niets, net als ik.
Er naar kijkend groeit in mij een diepe blijdschap over het wonder van het bestaan.
Tegelijk heb ik ontzettende zin om hem dood te slaan. Ik voel me door dit wezentje
bedreigd. Het lust mij.
Wat hebben spiritualiteit en het dagelijks
leven met elkaar te maken, en hoe integreer je de twee? Mijn antwoord op deze
vraag is dat ze niets met elkaar te maken hebben, en je vooral niet moet proberen
de twee te integreren. Het leven is de vorm waarin het bestaan zich op dit moment
afspeelt. Het dagelijkse leven is die vorm gezien vanuit je menselijke blik die
gekleurd is door je geschiedenis. De vraag "wie ben ik?" is een totaal andere
dan "hoe leid ik mijn leven?". Om het antwoord op de eerste vraag te kunnen ervaren,
zal je de tweede moeten loslaten.
Dit alles is eigenlijk heel eenvoudig,
maar toch blijven mensen zich steeds vergissen en halen de boel door elkaar. Het
wezen van spiritualiteit is het zien dat je niet bestaat. Niet het begrijpen ervan.
Het zien, het ervaren. En op het moment dat je daarover gaat praten, begint de
wartaal. Ik zeg dat ik niet besta en dat het een enorme bevrijding is. Wat is
dat voor een lariekoek! Hoe kan ik bevrijd zijn door het zien van mijn niet bestaan
als ik er helemaal niet ben en wat is het dan wat dat ziet dat het er niet is
en dus helemaal niet kan zien! Wat valt er dan in hemelsnaam te bevrijden? En
door dat tegen iemand te zeggen impliceer ik daarbovenop nog dat die ander er
wel is. Ja zeg! Als de een er is, is de ander er ook. Of we zijn er allebei niet
en dan zeg ik het dus tegen niemand... En zo is het ook. Er is niemand en niets
te bevrijden en elke spirituele cursus en/of uitwisseling is complete onzin.
En
toch ben ik diep diep dankbaar dat er iemand is geweest (in mijn geval Jeru Kabbal)
die de moeite nam deze onzin, ondanks het zien van de onzin ervan, toch aan me
te vertellen, opnieuw en opnieuw, en me de gelegenheid bood me te trainen in het
helderder en helderder waarnemen van wat is, tot, op een rustige namiddag, zomaar
zonder enig vuurwerk, de stop eruit viel en dat was het dan.
Wat was de
invloed daarvan op het dagelijks leven? Die was verbijsterend. De chemische invloed
van 'het zien' op het lichaam was in mijn geval enorm. Na een periode van euforie
(I did it!) is het lichaam totaal in de war geraakt en heeft een half jaar nodig
gehad om het te accepteren, ermee te willen leven. Ik ging roken en drinken, stopte
totaal met mediteren en was wanhopig. Waar was ik? Wie deed dit alles. Ik niet!
Het gebeurde allemaal gewoon. Er was niemand die nog ergens vat op had. Aan de
buitenkant leek het wel zo, maar aan de binnenkant was het leeg. Heel erg leeg.
Het enige reële was een soort alom aanwezige glimlach die al deze ellende welwillend
beschouwde. Ik zweer je, het was niet te doen. Probeer maar eens met een gerust
hart met 120 over de snelweg te zoeven terwijl je bij god niet iemand kan vinden
die stuurt! Ondank zeven jaar spirituele training was ik hier niet op voorbereid.
Ondanks dat ik het al jaren begreep en vele doorkijkjes had beleefd en het in
alle boeken had gelezen. Er was toch nog altijd 'iemand' geweest die het beleefde.
Zelfs in het zien van 'het zijn van alles'. Er was nog een gevoel van 'ik ben
dat'. Nu was ook dat verdwenen. En een weg terug was er niet. Wat het lichaam
ook deed om het bewustzijn te benevelen en het oude vertrouwde gevoel van een
'ik' terug te vinden: het was tevergeefs. Pas toen het lichaam zag dat het in
staat was de illusie van een ik zelf te creëren, en dat een ik niets anders is
dan die zelfgecreëerde illusie, gaf het de strijd op en legde zich neer. De glimlach
drong bruisend tot in alle poriën.
Nu, ruim drie jaar later, weet ik dat
er wel degelijk een middel is wat het oude vertrouwde 'ik' weer terug kan brengen.
Een zacht en sluipend oerkrachtig middel: de kracht der gewoonte, de kracht van
het dagelijkse leven. Het leven temidden van al die anderen voor wie een 'ik'
iets volstrekt vanzelfsprekends is en waar alle structuur en omgang op gebaseerd
is. Daarnaast is het zo dat alles went, zelfs het functioneren met een illusie-ik.
Op een gegeven moment is het contrast weg en merk je het niet meer. En het lichaam
doet gewoon wat het doet en begint weer te geloven in z'n creatie. Voor je het
weet is het spirituele geïntegreerd in het dagelijks leven (zou je kunnen zeggen)
en verdwenen. Ja, het kan zijn dat je er een beter mens door geworden bent, zachtmoediger,
rustiger, relativerend en liefdevoller. Alleen die gedachte al, dat je er beter
van bent geworden, toont dat je weer wortel schiet. Je zien is vergleden in een
weten. Aan de buitenkant ziet het er misschien nog verlicht uit, en je kan er
mooi en levendig over vertellen, maar aan de binnenkant is er weer iemand. Een
controleur, een weter, een volger van regeltjes. Iemand die zich afvraagt: "hoe?".
Om het spirituele levend te houden, zich te laten verdiepen en verdiepen, om het
creëren van een ik door het lichaam te doorzien, moet je ver blijven van het dagelijks
leven. Het is daarvoor niet nodig je terug trekken in een spirituele gemeenschap
of in een kluizenaars bestaan. Nee, juist temidden van het dagelijks leven blijf
je er tegelijk ver van. Je laat het zich afspelen zoals het doet. Alsmaar bereid
het niet bestaan van jezelf en de ander te zien. Letterlijk zien. Dat is geen
eenvoudige opgave. Het vergt veel wakkerheid van je inzicht en groot mededogen
van het denken/voelen. Zelfs al weet je dat je er niet bent, zodra het lichaam
functioneert met zelfs al de veronderstelling van een 'ik', treedt er verduistering
in. Niet erg. Doet niets af aan de realiteit. Iemand die zichzelf ervaart als
bestaand, is er net zo niet. Toch is er groot verschil tussen weten en zien. Wil
spiritualiteit tot leven komen in het dagelijks bestaan, dan vergt dat een zien.
Terug naar de mug. Er is een spirituele blik, het zien van het niet-bestaan,
en een menselijke blik, gekleurd door geschiedenis. Het spirituele wakker zijn
beïnvloedt wel degelijk de menselijke blik. De diepe vrede en het zien op dat
moment, dat die mug en ik één en het zelfde 'zijn in niet-zijn' zijn (daar begint
de wartaal weer), tempert de neiging tot doodslag die een gevolg is van het lichamelijk
bedreigd voelen. Dit heeft niets van doen met enig 'regeltje' of voorschrift en
is geen gevolg van denken, afwegen en beslissen. Ook heeft het niets te maken
met spiritualiteit. Het is gewoon de chemie die zich in het lichaam afspeelt.
Sterker nog: voor het spirituele oog is het doodslaan van de mug net zo okay als
het laten leven. Ook een dode mug is een prachtig stukje bestaan. Om het wat cru
te zeggen: een moordenaar is net zo prachtig als een heilige.
99% procent
van de mensen hoopt met de spirituele zoektocht een verbetering te kunnen aanbrengen
in zichzelf en hun dagelijks leven. Wie weet zelfs de hele wereld te verbeteren!
Integratie van spiritualiteit in het dagelijks leven klinkt goed en veelbelovend.
Het is een doodlopende weg. Spiritualiteit vraagt van je om alles te laten zoals
het is en te kijken. Al je energie te geven aan het kijken. Dat betekent niet
dat je niets doet, maar dat je, door een innerlijke stap achteruit te zetten,
het doen de ruimte geeft om zich te voltrekken. Op alle niveaus. Je laat gebeuren.
Je houdt op jezelf en de ander, de wereld, actief te bekijken en beïnvloeden vanuit
je denkbeelden. Je neemt waar. Je neemt het geheel waar. Alles inclusief. Alles
wat maar op het scherm van de waarneming verschijnt, zonder discriminatie. Dus
ook je oordelen. Je staat jezelf helemaal toe in al z'n verschrikking. Dat kan
lijnrecht komen te staan tegenover je gewenste verbetering! Veel 'guru-hoppen'
vindt mijns inziens plaats op die momenten waar dat van je wordt gevraagd. Impliciet
en expliciet.
Steeds weer gebeurt het dat spiritueel ontwaakten zich op
het gebied van de moraliteit begeven. Het 'hoe' van het dagelijks leven. Dat is
begrijpelijk als je ziet dat de mens zich voortdurend druk maakt om niets en onnodig
lijdt. Je zou wel willen schreeuwen dat dat nergens voor nodig is; dat ieder wezen
een uitdrukking is van de ongelofelijke liefde van het bestaan voor zichzelf;
dat ieder alles is en niets, en dat het gevoel een aparte eenheid te zijn een
illusie is; een illusie die vanuit diezelfde liefde gecreëerd is! Maar dat is
je menselijke blik die dat wil, gekleurd door je geschiedenis, en niet je spirituele
blik. Never en nooit niet kan spiritualiteit je een manier bieden om je dagelijks
leven te leiden. Iets zijn dat in iets anders geïntegreerd zou kunnen worden.
Het is de blik op het geheel, een zien. Zodra het tot een voorschrift of een regel
vervalt, een doen, een zus of zo, verhuist het naar het domein van het dagelijks
leven en verlaat de spiritualiteit. Voorschrift is geen inzicht. Elke 'hoe' leidt
tot een voorschrift, een handleiding. Elk handelen uit voorschrift heeft de neiging
tot verstarren. Tot vasthouden in plaats van laten stromen. Tot volgen in plaats
van onderzoeken. Wie weet zelfs tot vergelijken met andere handleidingen, tot
een gevangenis of een honk, iets om te verdedigen of te verdelgen.
Er
is werkelijk geen enkel 'hoe' dat je oog kan openen. Alleen het heldere inzicht
in de werkelijkheid kan je bevrijden van de illusie van het ik, en niets anders.
En er is niemand die je het kan vertellen, je kan het alleen zelf zien. En als
je het ziet, heb je nog steeds geen flauw idee hoe het je leven zal beïnvloeden.
Hoe minder je zogenaamde ik zich ermee inlaat, hoe meer het spirituele zien door
kan dringen in het dagelijks handelen.
Het is nu eenmaal ongelooflijk
moeilijk voor het denken om te bevatten dat de goddelijke realiteit geen moraliteit
kent. Geen goed en kwaad. Eet je van de boom der kennis van goed en kwaad, zo
zegt een oud verhaal, dan is een verblijf in het paradijs niet meer mogelijk.
Goed en kwaad bestaat alleen als er een doel is. Elk doel is een denkbeeld, een
idee, en komt uit het deel van je bewustzijn dat gevormd is door je geschiedenis.
Uit herinnering dus. Niet uit de goddelijke ervaring van het nu. Ons denkapparaat
is gemaakt om te discrimineren, om te onderscheiden, om goed en kwaad (beter/slechter,
lekker/vies, licht/donker enz.) te creëren. Een bruikbaar stuk gereedschap voor
een lichaam dat zichzelf zo lang mogelijk in stand wil houden. Ook de illusie
van een afgescheiden 'ik' heeft in dat licht een functie. Een efficiënt gebruik
van dat stuk gereedschap vraagt wel om realisme. Dat realisme zijn veel mensen
kwijt. Het hervinden van je realisme kan je integreren in het dagelijks leven.
Je kan versluierende denkbeelden ontrafelen en ophelderen. Psychische belasting
door onverwerkte trauma's kan worden verlicht. De realiteit van je volwassenheid
en het niet meer bestaan van de afhankelijkheid van vroeger kan tot je doordringen,
en dit kan dieper en dieper worden gebracht, zodat je lichter en lichter wordt.
Voor dit alles zijn allerlei methodes (hoe's) geschikt en ondersteunend. Dit kan
noodzakelijk voorwerk zijn om het voor elkaar te krijgen om je energie te richten
op het waarnemen van wat is, en te stoppen met iets te willen verbeteren. Maar...
verwar deze methodes niet met spiritualiteit! Spiritualiteit kan beginnen, waar
de behoefte aan veranderen eindigt.
Op het moment dat ik zie dat mijn
eigen dood en leven net zo irrelevant en prachtig is als die van de mug, komt
spiritualiteit tot leven. Dan danst de eenheid, in bewustzijn, zijn kleurig bestaan,
sprankelend van vreugde om zijn eigen wonder. Verstoppertje blijft een spannend
spel...
Verschenen in InZicht, november 2002 | |